Going high, going home

Het laatste land van mijn reis is Nepal, zoals ik in de laatste blog al liet weten. Het land van Gautama Buddha, Mt Everest en volgens vele de liefste mensen ter wereld.

De trip begint uiteraard in Kathmandu, waar je heen vliegt als je Nepal in wilt. Direct wanneer ik het land binnenkom vallen een aantal dingen op:

  1. Ook in Nepal hebben ze net als in andere Aziatische landen een miljoen (geen idee hoeveel echt maar vast zoiets) taxi chauffeurs waarvan de helft bij het verlaten van de aankomsthal klaar staat je naar je hotel te brengen. Super handig en tegelijkertijd ietwat irritant maar het ze echt kwalijk nemen kan je ook niet. 🙂
  2. Nepal is duidelijk een land waarin armoede de orde van de dag is.

De stad is in mijn ogen geen mooie stad. De gebouwen zijn niet afgewerkt en mooi als in andere landen. Ze zijn erg simpel en het zijn er in deze enorme stad ook vooral erg veel. Er wordt ook nog erg veel gebouwd in de stad. Dit alles is natuurlijk helemaal voor te stellen omdat in Nepal in april 2015 een enorme aardbeving heeft plaatsgevonden waar we allemaal wel van gehoord hebben natuurlijk. Deze heeft enorme verwoestingen aangebracht en dat is nog steeds erg goed te zien. Maar ook doordat het land gewoon erg arm is kan je je voorstellen dat niet alles overal even mooi is.

Niet lang nadat ik in Kathmandu aangekomen ben vertrek ik namelijk alweer naar Pokhara. Pokhara is een populaire bestemming in Nepal gelegen aan een erg mooi meer. Hier vind je een hoop van de populaire hikes want dit is de plek waar de Annapurna ligt. Deze bergketen bestaat uit meerdere bergen waaronder Annapurna I die met 8091 meter de op negen na hoogste berg van de wereld is. Begrijpelijk dus dat de base camp route van de Annapurna’s erg populair is. Maar flyingdutchmandennis zou flyingdutchmandennis niet zijn als ik dus niet een andere ging doen. En dat deed ik!

In plaats van Annapurna base camp ging ik namelijk naar Mardi Himal base camp. Een route die pas kort geleden geopend is en nog zeker niet zo bekend onder trekkers. Want zoals gezegd gaan de meeste mensen naar Annapurna base camp. De route kan in een dag of 5 gelopen worden maar ik doe het rustig aan en bezoek ook nog wat kleine dorpjes in het dal op de terugweg en doe er daarom acht dagen met mijn gids over. Wat ook fijn is aan de Mardi Himal route is dat je best geleidelijk omhoog gaat. Hierdoor kan je lichaam makkelijker wennen aan de hoogte dagelijks in plaats van dat je in een keer grote stukken omhoog klimt, wat de kans op hoogteziekte weer verkleint.

De eerste dag passeren we vele mensen en dorpjes tijdens zeven lange uren lopen. Ondanks dat de toch niet perse voor gevorderde klimmers hoeft te zijn (ik kon hem ook goed doen) is enige loopconditie en uithoudingsvermogen toch wel handig. De eerste twee dagen viel het klimmen wel mee maar dag drie gingen we het bos uit en toch wel aardig omhoog constant. Dit voel je met tas en al op je rug toch best wel branden in de bovenbeentjes.

Hoe hoger we gaan hoe minder bomen er zijn (duh) wat er voor zorgt dat het uitzicht alsmaar beter wordt. Daarnaast komen we ook steeds minder mensen en al helemaal geen dorpjes meer tegen. De tweede nacht overnachten we namelijk in het eerste echte ‘kamp’ in plaats van dorpje. Dit kamp wordt forrest camp genoemd omdat die, je raadt het al, het laatste kamp in het bos is. Hierna volgen low camp (waar ik op de heen weg niet overnacht), middle camp en high camp. Wij vertrekken dus van forest camp naar middle camp en dan naar high camp.

De kampen zijn enorm simpel opgezet. Dit komt deels omdat de route nog vrij nieuw is. Er worden nu wel steeds meer nieuwe slaapplaatsen gebouwd voor de toeristen maar de oude kampen zijn voor nu nog lekker simpel en primitief. De hutjes waarin je slaapt hebben twee bedden en meer niet. Een ijskoude betonnen vloer, stenen hutjes en overal spleten en gaten helpen ook niet echt de kou buiten houden. Zodra de zon weg is wordt het ook echt enorm koud op de berg. Avonden werden doorgebracht in de eetzaal bij het vuur. Rond een uur of negen was ik echter telkens zo kapot dat ik mijn oogjes sloot.

Boven op de bergen ligt vrijwel altijd sneeuw en variërend of het droog of nat seizoen is kan het een heel eind lager op de berg ook liggen. Zo sneeuwde het in middle camp ook en dat op zich is niet iets verbazingwekkend. De acht Nepalese jongemannen die daarop dansend en vol vreugde naar buiten rende was daarentegen wel een nieuw gezicht. Blijkbaar komt sneeuw in het dal bijna niet voor en hadden deze jongens nog nooit sneeuw gezien. Echt een enorm grappig gezicht om acht stoere jongens foto’s te zien nemen en te juichen in de sneeuw.

De op een na laatste dag klimmen gaan we van middle camp naar high camp wat op zo’n 3500 meter hoogte ligt. Het uitzicht dat wij op deze mooie dag met geen wolkje aan de lucht krijgen is op die hoogte adembenemend. Overal waar je kijkt zie je niets anders dan bergtoppen. We zitten nu namelijk te ver om de dorpen te zien en te hoog om helemaal tot beneden te kunnen kijken. We zien vooral de toppen van omliggende berg wat voor een bizar mooi uitzicht zorgt. Op deze hoogte ligt aan een kant van de berg constant sneeuw, omdat hier geen zonlicht komt of niet genoeg om de sneeuw te smelten, wat het plaatje af maakt. Die dag zien we nog een zestal paragliders de berg af springen en doen we vooral lekker rustig aan. We eten de warme lunch waarbij we vaak kiezen voor het Nepalese gerecht Dal Bhat. Een gerecht wat je als je in Nepal bent ongetwijfeld gaat proberen, net als momos!

Zoals gezegd gaan we de laatste dag waarop we klimmen omhoog zonder tas, die blijft achter in high camp. We vertrekken rond 5:30 om al lopend de zonsopgang te kunnen zien. De weg omhoog is zwaar want het is een enorme klim en daarnaast ook nog best een lange afstand. Op een gegeven moment lopen we letterlijk over de rug van de berg over een pad van misschien een halve meter tot een meter breed met aan beide kanten afgrond. Een ietwat angstaanjagend maar vooral heel leuk wandelpad! De kleuren die de zonsopgang veroorzaakt zorgen ook voor mooie plaatjes op de berg.

Uiteindelijk bereik ik samen met mijn gids upper view point waar je, zoals de naam al zegt, een enorm mooi uitzicht hebt op de vallei en de bergen om je heen. Hierna is het nog maar een paar honderd meter lopen naar base camp, maar wel door een halve meter sneeuw. Het is zoeken naar plekjes om mijn voeten te plaatsen aangezien er al een tijdje niemand hier geweest is en nergens in de sneeuw sporen zitten. Ik ben de eerst sinds dagen die hier weer komt dus. Met mijn stok zoekend in de sneeuw zet ik langzaam stapje na stapje tot ik er uiteindelijk ben: base camp! Op 4500 meter ben ik dichterbij Mt fishtail, Mardi Himal en de Annapurna’s dan ik waarschijnlijk ooit zal komen. Een fantastisch mooi gezicht en eentje die ik nooit zal vergeten. Het was niet de zwaarste klim die er is te vinden op aarde maar voor mij was het zeker een pittige.

Na het bereiken van Mardi Himal base camp gaan mijn gids en ik terug naar beneden. In een dag komen we aan in Low camp waarna we de dag erop naar het eerste dorpje in de vallei gaan. Hier overnachten we en bezoeken we het dorp waar mensen echt nog afgezonderd zijn van een heleboel dingen die wij thuis wel hebben. De huisjes zijn simpel en de mensen net zo goed. Het leven is rustig en zonder zorgen lijkt het. Ik bezoek hier ook een school waar de kinderen vol vreugde buiten aan het spelen zijn in hun mooie uniformpjes.

De volgende dag en tevens de laatste dag van de trek lopen we naar het volgende dorp waar we de lokale theeplantage bezoeken en ik rustig bij onze homestay geniet van een goed boek dat ik van de eigenaar krijg om te lezen. Na al die dagen lopen waar ik enorm van heb genoten vind ik het toch niet erg dat de trek bijna voorbij is want het is nog best vermoeiend! De laatste dag lopen we nog een laatste keer een paar uur door de vallei heen tot we bij onze eindbestemming aankomen. Na een laatste heerlijke lunch nemen we de bus terug naar Pokhara waar ik nog wel twee dagen verblijf en bij mijn gids welkom ben om te ontbijten en avond te eten, dat is pas gastvrijheid!

Na deze dagen neem ik de bus richting Kathmandu maar voor ik helemaal daarheen ga stop ik nog in Bandipur. Een klein dorpje op een berg die vooral populair is omdat het erg oud is en in goede staat. Het lijkt qua stijl niet zozeer op de andere dorpjes in Nepal wat het wel erg interessant maakt. Een dagje kan je hier makkelijk lekker rondlopen en er is ook genoeg te doen in de omgeving mocht je hier langer willen blijven maar na een dag had ik het wel weer gezien en ging  ik toch verder naar Kathmandu voor mijn laatste week. P1090042

De laatste week doe ik niet veel bijzonders. Wel krijg ik alweer de kans af te spreken met iemand van het thuisfront, India. Het zou bijna normaal gaan voelen om aan de andere kant van de wereld af te spreken met mensen van thuis terwijl dit natuurlijk super uniek is. Samen bezoeken we de grote stupa, Boudhanath, en doen we op het dak van een hotel een dansje samen. Het is tenslotte al een half jaar geleden dat mijn danspartner en ik dat gedaan hadden. Verder koop ik de laatste dagen vooral heel veel souvenirs. Elke keer dat ik naar buiten ging kwam ik wel terug met wat moois. Dit kwam natuurlijk omdat ik nu toch naar huis ging en het dus niet mee hoef te slepen in andere landen. Op een van mijn laatste dagen bezoek ik dan nog de stad Bhaktapur wat net buiten Kathmandu ligt. Deze stad heeft de best bewaarde historische gebouwen in Nepal waar je dan ook een enorme hoeveelheid oude tempels en gebouwen vindt. Ondanks dat de aardbeving in 2015 ook hier enorme schade aanrichtte waardoor veel gebouwen en tempels verwoest zijn of omhoog gehouden worden door te stutten, is het een prachtige stad en een must voor iedereen in Nepal.

Uiteindelijk is de dag dan daar, op naar huis! Van Kathmandu vlieg ik naar Istanbul waar ik na een korte overstap in het laatste vliegtuig van deze reis zit. In de avond kom ik aan in Amsterdam tussen de Nederlanders. Meteen hoor ik mensen zeuren in mijn eigen taal dat het allemaal te lang duurt en daarbovenop regent het ook nog eens, dat deed me het echt beseffen: ik ben weer thuis. Mijn goede vriend en reisgenoot Teun haalt me op en bij hem blijf ik die nacht slapen om de volgende dag mijn vriendin, broertje en ouders enorm te verassen! Een fantastisch einde aan een fantastische reis.

In zes maanden tijd heb ik maar liefst in 15 verschillende vliegtuigen gezeten waarmee ik ruim 49000 KM in de lucht heb afgelegd. Ik heb een enorme hoeveelheid aardige mensen ontmoet waarvan sommige me voor de rest van mijn leven bij zullen blijven. Ik heb gedoken en gesnorkeld met haaien, schildpadden en honderden vissen. Ik heb de vlucht van mijn leven gehad in een helikopter. Ik heb stranden gezien waar de meeste mensen alleen maar bij wegzwijmelen als die voorbij komt in een film, en ik heb hier ook nog eens op geslapen. Ik heb de lekkerste dingen gegeten die wij hier in Nederland niet hebben en ik anders dus waarschijnlijk nooit had geproefd. Ik heb gewandeld tot een hoogte van 4500 km. Ik heb in zo’n 20+ auto’s gezeten door te liften alleen al waarmee ik honderden kilometers aflegde. Maar wat misschien het aller belangrijkste is: ik heb dit allemaal zelf gedaan, en hier zo enorm veel van geleerd. Geen klaslokaal kan de kennis die ik hier heb opgedaan aanleren.

Op naar het volgende avontuur!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s